Banner world

 

 

     HOME 
  



     Books Web


     Books Printed  


     Health 


     Presentations


     Soul Drawings


     Video lectures 
     English


     Video lezingen 
     Dutch


     Positive Blog


     Curriculum writer


     Contact




     Side Index









Web design 
John Baselmans
 

Spatie

 
You can change this website in over 66 languages

 


 

"Het Energiniale leven, Vrijheid en Liefde"





Vrijheid en Liefde





In het jodendom

Het concept van het kwaad in het jodendom verschilt radicaal van dat in andere geloofstradities. 
Er bestaat in de joodse wereldvisie niet een persoon in welke vorm dan ook met de naam ‘Satan’, 
zoals in het christendom het geval is. In de Tenach en de rabbijnse literatuur staan wel meerdere 
referenties aan ‘Satan,’ maar dit is geen persoon, en aan Satan worden steeds verschillende 
karakteristieken en handelingen toegeschreven.

Tora (Oude Testament)

Zoals beschreven in het boek Genesis, weet de slang in de Hof van Eden Eva te verleiden tot het 
eten van een vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad. Zij op haar beurt verleidt Adam 
tot het eten van dezelfde vrucht, zodat beiden iets doen wat uitdrukkelijk door God verboden was. 
Hiermee wordt de zondeval van de mens ingeluid. Deze slang wordt in het christendom algemeen 
geïdentificeerd als de satan. De val van Satan zou dus hebben plaatsgevonden vóór de zondeval.

In het boek Job wordt satan afgeschilderd als een ondergeschikte van God - een van de zonen van 
God (Job 1:6) en een boosaardige aanklager van mensen bij God. Hij wordt door God gemachtigd 
(Job 2:6) om Job, die een zeer vroom man was, af te brengen van zijn geloof en vertrouwen in God 
(in het Hebreeuws: JHWH). Hij krijgt van God toestemming om Job met allerlei ziekten, plagen en 
rampen te mogen treffen, om te zien of Job ook in moeilijke omstandigheden trouw zal blijven aan 
God.

Sommigen zien in de passage 1 Samuël 16:14 een aanwijzing dat God de satan zou gebruiken 
om mensen te straffen: maar van Saul was de Geest van de HEER geweken, en een boze geest, 
die van de HEER kwam, joeg hem angst aan.

Verder zet Satan aan tot kwaad gedrag; zo zou hij koning David aangezet hebben tot een 
volkstelling wat niet naar de wens van God was (1 Kronieken hoofdstuk 21).

Hoofdstuk 14 uit het Bijbelboek Jesaja wordt door christenen wel beschouwd als een beschrijving 
van de val van Satan; zie hiervoor: Lucifer.

In het christendom

Nieuwe Testament

Hierin is Satan de grote tegenspeler van Jezus. Zo tracht hij tijdens een confrontatie in de woestijn, 
tot drie keer toe Jezus tot zonde te verleiden, maar Jezus wijst zijn verleidingen aan de hand van 
citaten uit het Oude Testament, krachtig van de hand.

In het Evangelie volgens Matteüs zegt Satan tegen Jezus dat hij alle koninkrijken in de wereld kan 
krijgen en voegt er in het Evangelie volgens Lucas aan toe: Ik zal aan u al die macht en de 
heerlijkheid daarvan geven, want zij is aan mij geschonken, en ik geef ze aan wie ik wil. Wanneer 
gij dan mij aanbidt, zo zal zij geheel de uwe zijn. Jezus betwist hier deze aanspraak van Satan niet, 
noch ontkent hij de macht en eigendomsrechten van Satan aangaande de wereldse heerlijkheid. 
De Eerste brief van Johannes bevestigt in 5:19 dat ‘de wereld in kwaad verkeert’. Sommige 
christelijke groeperingen menen middels deze teksten te kunnen concluderen dat de huidige 
wereldleiders hun macht aan Satan te danken hebben.

Het evangelie volgens Lucas vat overigens de profetie in Jesaja 14 niet op als een “beschrijving 
van wat ooit is gebeurd” maar (in overeenstemming met de gangbare opvatting van profetie) als 
voorspelling die in het werk van (de leerlingen van) Jezus in vervulling gaat. Als de leerlingen van 
hun eerste opdracht terugkeren zegt Jezus namelijk: “Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel 
zien vallen.” (Lucas 10:17-18)

Volgens de Bijbel heeft Jezus Satan overwonnen door zijn offerdood voor de zonden van de 
mensen en zijn opstanding uit de dood. Hiermee heeft hij Satan de macht ontnomen die hij door 
de menselijke zondeval wederrechtelijk had verkregen. Mensen kunnen Satan en zijn demonen 
overwinnen door te geloven in en te getuigen van dit offer van Jezus, en naar Gods Woord te leven;
hierdoor wordt men als christen aangemerkt. De Bijbel stelt in de brief van Jakobus dat indien 
iemand zich in Jezus’ naam tegen Satan verzet, deze zal wegvluchten.

De climax komt in het Bijbelboek de Openbaring van Johannes waarin Satan door middel van de 
antichrist tijdelijk de hele aarde onder controle krijgt en een wereldwijde vervolging tegen alle 
christenen en uiteindelijk ook tegen Israël (met name Jeruzalem) begint.

Jezus zal echter bij zijn terugkomst afrekenen met Satan; deze zal duizend jaar lang in een 
afgrond worden gevangen gezet en daarna enige tijd worden vrijgelaten. Deze gelegenheid zal 
hij aangrijpen om zijn laatste opstand tegen God te beginnen, die zal uitlopen op zijn definitieve 
ondergang. Satan, zijn demonen en alle onrechtvaardige mensen, zullen als eeuwige straf 
terechtkomen in een zwavel- en vuurpoel.

Oorsprong, intenties en werk van Satan

Volgens de traditionele, christelijke theologie was Satan oorspronkelijk een van de machtigste 
aartsengel(en) van God. Hij werd echter jaloers op God, wilde zich aan Hem gelijkstellen, en 
werd God ongehoorzaam (keerde zich af van God). Dit luidde zijn val in. Hierbij wist hij een derde 
van Gods engelen aan zijn zijde te krijgen. Deze ‘gevallen engelen’ verwerden tot demonen die 
Satan tot leider verkozen. Volgens verschillende bijbelpassages was de voornaamste drijfveer 
van Satan trots. Hieruit volgde hoogmoed en jaloezie op God. Satan verlangde Gods plaats in 
te nemen en goddelijke eer en aanbidding te ontvangen. Zijn volgelingen, gevallen engelen en 
mensen, verlangen ten diepste hetzelfde. Achter veel ‘succesvolle’ mensen in verleden en heden, 
zoals dictators, valse profeten en rijkaards, zouden Satan en zijn demonische engelen de 
bewerkstellers van dit ‘succes’ zijn.

De val van Satan en zijn engelen moet voor de schepping van de mens hebben plaatsgevonden 
want hij treedt in het paradijs al op in de vorm van de slang die Adam en Eva verleidde tot de 
zondeval. Met deze zondeval verkreeg Satan van Adam, die oorspronkelijk door God aangesteld 
was als beheerder, het beheer over de Aarde en wordt daarom soms ook, terecht, de ‘overste 
van deze wereld’ genoemd. Sindsdien zou er een gevecht gaande zijn tussen God en Satan om 
de mensheid. Beiden proberen de mens te overtuigen. God, om hem in de genade door Jezus 
te laten geloven en daarmee Gods wil te doen. Satan, om hem te verleiden tot het kwade en zich 
afzijdig van God en de genade van Jezus te houden. Daarbij wordt Satan slechts door God geduld 
om de vrije wil van Zijn schepselen te waarborgen. Omdat Satan een sterke afkeer van God heeft 
heeft hij ook een afkeer van diens schepping. Hij en zijn demonen zouden daarmee ook het 
‘kwaad’ op de wereld veroorzaken zoals natuurrampen maar ook geweld en onenigheid tussen 
mensen veroorzaken en ‘aanwakkeren’. Ook het vernederen en martelen, fysiek en/of geestelijk, 
wat mensen veel op elkaar toepassen zou veel aangewakkerd worden door satan die hierdoor 
zijn grote minachting voor de door God geschapen mens toont.

666

Het getal 666 wordt in het Bijbelboek Openbaring van Johannes aangeduid als het getal van het 
beest en daarom vaak gelinkt aan de duivel, satanisme, het kwade, enzovoort. Sommige mensen 
nemen aan dat 666 een code is voor de tiran van die tijd, Keizer Nero. Dit lijkt logisch, aangezien
de schrijver, die zich Johannes noemde, een christen was, en Nero christenen liet vervolgen. 
Recentelijk werd overigens in het boek “Satans Lied” gesuggereerd dat Ireneüs, een kerkvader 
uit de 2e eeuw, oorspronkelijk het getal 616 in een Griekse vertaling zag staan, en dit veranderde 
in 666, omdat hij dacht dat het een verschrijving was. Bij de Grieken stond 777 voor perfectie en 
was de numerologische waarde van de naam Jezus 888. Dan moest de tegenpool van Jezus wel 
aan de onderkant van perfectie zitten en de numerologische waarde 666 hebben. Dat 
ondersteunde de gedachte van Ireneüs dat de tekst die hij zag een verschrijving moest zijn.

In Openbaring 13:18 staat dat het getal van het Beest “het getal van een mens” is. Mogelijk heeft 
het iets te maken met de dag waarop de mens is geschapen; de zesde dag. Opvallend is ook dat
van koning Salomo gezegd wordt dat hij zeshonderdzesenzestig talenten goud per jaar verdiende
(1 Koningen 10:14).

Volgens de Bijbel kunnen mensen door de duivel gebonden of bezeten raken. Het tweede geval is 
erger, omdat in dat geval de duivel, of één of meer van zijn demonen, daadwerkelijk in iemand 
wonen. Om hiervan af te komen is bevrijding noodzakelijk. Deze is slechts te verkrijgen wanneer 
deze plaatsvindt in de kracht van de Heilige Geest en in de Naam van Jezus Christus. De Rooms-
katholieke Kerk kent het exorcisme of duiveluitdrijving als een van de sacramentalia, om bij een 
bezetene de duivel uit te drijven. In andere Kerken, bijvoorbeeld Pinkstergemeenten komt 
duiveluitdrijving ook voor.

Zie ook: demonische gebondenheid en bezetenheid en literatuur daarover.

In de islam

In de islam staat satan bekend onder de namen Shaitan (of Sjejtan) en Iblis. Volgens de 
moslimtraditie werd Satan opstandig toen hij van God voor Adam moest buigen. Daarop verleidde 
hij Adam en Adams vrouw tot het begaan van de zonde door te zweren het juiste met hen voor te 
hebben.

In soera De Kantelen 11-25 wordt verhaald:
Wij schiepen u, daarna vormden Wij u; toen zeiden Wij tot de engelen: “Onderwerpt u aan Adam” 
en zij onderwierpen zich, behalve Iblies; hij behoorde niet tot degenen die zich onderwierpen. 
(God) zeide: “Wat belette u, u te onderwerpen, toen Ik u (dat) gebood?” Hij antwoordde: “Ik ben 
beter dan hij. Gij hebt mij uit vuur en hem uit klei geschapen. (God) zeide: “Verwijder u van hier - 
het is niet aan u, hier hoogmoedig te zijn. Ga heen, gij behoort stellig tot degenen, die vernederd 
zullen worden.” Hij zeide: “Geef mij uitstel tot aan de Dag waarop zij zullen worden opgewekt.” 
(God) zeide: “U is uitstel verleend.” Hij antwoordde: “Welnu, daar gij mij liet dwalen zal ik hen 
voorzeker in de weg gaan zitten op Uw rechte pad.” “Dan zal ik mij gewis vóór hen en achter hen 
en van hun rechter en van hun linker zijde tonen en Gij zult de meesten hunner niet dankbaar 
vinden.” (God) zeide: “Ga heen, veracht en verworpen. Wie hunner u ook zal volgen, Ik zal 
voorzeker de hel met u allen vullen.” “O, Adam, vertoef met uw vrouw in de tuin en eet, wat gij 
wilt, maar nadert deze boom niet, anders zul je tot de onrechtvaardigen behoren.” Maar Satan 
fluisterde hun (boze ingevingen) in opdat hij hun naaktheid zou openbaren die voor hen verborgen 
was, en zeide: “Uw Heer heeft u deze boom alleen verboden, opdat gij geen engelen of eeuwig- 
levenden zoudt worden.” En hij zwoer tot hen: “Ik ben voor u zeker een oprechte raadgever.” 
Zo deed hij hen door bedrog vallen. En toen zij van de boom proefden werd hun naaktheid hun 
duidelijk en zij begonnen zich te bedekken met bladeren uit de tuin. En hun Heer riep hen en 
zeide: “Verbood Ik u die boom niet en zeide Ik niet tot u: ’Voorwaar, Satan is een openlijke vijand 
voor u’?” Zij antwoordden: “Onze Heer, wij hebben onszelf onrecht aangedaan en als Gij ons niet 
vergeeft en ons niet genadig zijt, zullen wij zeker tot de benadeelden behoren. Hij zeide: “Gaat 
heen, sommigen uwer zullen de vijanden van anderen zijn. En er is voor u een verblijfplaats op 
aarde en een voorziening voor een bepaalde tijd.” Hij zeide: “Gij zult daarop leven en sterven en 
gij zult daarvandaan worden opgewekt.”

Satan wordt dus in de islam niet gezien als een tegenstander van God, maar als een door God 
geschapen wezen en daarmee onder Gods controle. De Koran zegt dat goed en kwaad door 
God geschapen zijn. Iblis zei namelijk: “U hebt mij uit vuur geschapen.” Een djinn is vanuit 
islamitisch oogpunt geschapen uit (rookloos) vuur en engelen uit licht. Immers, moslims geloven 
dat engelen niet in staat zijn tot ongehoorzaamheid jegens God.

Duiveluitdrijvingen vinden plaats door o.a. het reciteren van de Troonvers en de oproep tot gebed.

Het kwaad in andere religies

Het kwaad keert ook in verschillende oude religies telkens terug.

In veel polytheïstische godsdiensten, zoals de Griekse, Chinese, Romeinse en Noordse 
pantheons, ontbreekt echter een duidelijk opperwezen van het kwaad. Reden is dat de goden 
vaak typisch menselijke trekjes vertonen en daardoor allemaal in zekere mate zowel goed als 
slecht zijn. Zowel het kwade als het goede zijn ‘verspreid’ over meerdere godheden.

Uiteraard bestaan in deze godsdiensten monsters, demonen en goden van twijfelachtig allooi 
zoals Cerberus, Kali, Eris, de Erinyen, Hel, de Yema’s, Loki, Hades en anderen, maar deze 
goden en demonen vervullen stuk voor stuk een (onmisbare) functie in het pantheon of 
vertegenwoordigen een typisch menselijke eigenschap, en kunnen als zodanig dus absoluut 
niet als (puur) kwaadaardig worden gezien. Anderzijds bestaan in met name de Grieks-
Romeinse mythologie ook zeer veel voorbeelden van ‘goede’ goden die slechte dingen doen, 
zoals de telkens vreemdgaande Zeus, Hera wiens jaloezie soms letterlijk dodelijk kan zijn, of 
Poseidon die Odysseus tien jaar lang tegenwerkte.



 

NAAR HOOFDSTUK 48

 

 

 

"Being human is helping each other"


 

Please enjoy this site, learn the way of never-ending health and for living a better life 
by finding your path in a World of Positive Energy.

A special thanks for all the people who support this site.

 

Facebook icon
Twitter icon
Linkendin icon
google icon


Due to the many visitors on this website, we are experiencing some delays in answering.
Your e-mail will be processed in the order it was received, 
but if you get no response to your e-mail within 2 days please write/submit again.